Monitor 3D Drechtsteden

Gemeenten willen graag verantwoord en tijdig kunnen bijsturen wanneer er zich op het gebied van de drie decentralisaties knelpunten voor doen. Er is veel informatie voorhanden, maar vaak versnipperd en niet altijd even up-to-date. Als regionaal kenniscentrum met langdurige lokale dieptekennis brengt het Onderzoekcentrum Drechtsteden in deze ‘monitor 3D – Drechtsteden’ de beschikbare informatie en cijfers voor alle drie decentralisaties: jeugdhulp, participatiewet en Wmo, tezamen. Om op deze manier ook de samenloop tussen de drie decentralisaties in beeld te krijgen. We maken gebruik van verschillende bronnen, zoals die van de gemeentelijke uitvoeringsinstanties, het CBS, eigen onderzoeken en onderzoeken van andere onderzoeks- en adviesbureaus.

Conclusies

Jeugdhulp

Uit de eerste cijfers blijkt dat het aantal jeugdigen tot 18 jaar dat enige vorm van jeugdhulp ontvangt stabiel is en zo’n 9% à 11% bedraagt. In 2016 zijn er in de Drechtsteden 7.966 unieke cliënten in de regionale zorgmarkt ingestroomd. Het merendeel van de jeugdigen doet een beroep op een individuele voorzieningen en maakt gebruik van zorg in natura. Kijken we naar de samenwerking rondom de zorg voor jeugd, en specifiek naar de afstemming tussen onderwijs en jeugdhulp, dan zien we dat er door de rofessionals hard gewerkt wordt om de transformatie te laten slagen: de beste zorg en de eigen kracht van de jeugdige staan voorop. Desondanks zijn er in de samenwerking nog wel slagen te maken. Met name in de communicatie/terugkoppeling tussen professionals.

Ten slotte zien we dat verschillende sociale voorzieningen gericht op jeugdigen en/of hun ouders niet even goed bekend zijn. Zo is de meerderheid van de ouders met kinderen jongeren dan 18 jaar niet (zo) bekend met schoolmaatschappelijk werk en het meldpunt zorg en overlast/Veilig Thuis. Alleen het consultatiebureau scoort goed.

Participatiewet

Uit de gemeentelijke monitor Sociaal Domein en de eerste (proces)evaluatie door het OCD blijkt dat de Drechtsteden in 2015 voortvarend van start zijn gegaan met de nieuwe voorzieningen. De uitstroom neemt recent toe. Maar er is ook nog steeds sprake van een forse instroom. Vooral de toename van het aantal statushouders was daarin in 2016 een factor en dat zal in 2017 nog zo blijven. Met de deelname van het UWV in het samenwerkingsverband Baanbrekend is er nu een eenduidige werkgeversbenadering en daarmee een aanpak en focus op de groep max WWV-ers, wat de grootste groep instromers is bij de SDD, na de statushouders. Uit de regionale trendrapportage van het UWV blijkt dat werkgevers in de Drechtsteden op de voortgang van de Banenafspraak bovengemiddeld presteren. Nieuwe wetgeving per 1-1-2017 moet hier bestaande belemmeringen wegnemen.

Wmo

Kijken we naar het aantal actieve Wmo indicaties afgegeven door de Sociale Dienst Drechtsteden, dan zien we dat de meeste indicaties worden afgegeven voor de ‘oude’ Wmo-voorzieningen huishoudelijke ondersteuning en de Drechthopper. Zoomen we in op de ‘nieuwe’ Wmo-voorzieningen, dan is individuele begeleiding de grootste voorziening. Op 31 december 2016 hadden 1.669 inwoners uit de Drechtsteden een indicatie ‘begeleiding individueel’. Op de tweede plaats staat dagbesteding met 1.003 actieve indicaties op 31 december 2016.

In de tweede bestuursrapportage 2016 concludeert de SDD - evenals in het jaarverslag 2015 - dat minder inwoners dan verwacht gebruik maken van de maatwerkvoorzieningen begeleiding individueel en kortdurend verblijf. In belangrijke mate lijkt dit het gevolg te zijn van dat er minder klanten naar de gemeenten zijn overgekomen dan in eerste instantie op basis van de door het Rijk aangeleverde bestanden en de opgaven van aanbieders mocht worden verwacht, zo schrijft de SDD in zijn jaarverslag. Wel signaleert de Sociale Dienst een stijging van het aantal indicaties dagbesteding. “Komende maanden zal duidelijk worden of [deze] omslag doorzet en welk invloed dit heeft op de financiën”, aldus de Sociale Dienst.